Voetballen. Net als Wayne Rooney. Maar vooral bij het Rode Kruis werken. Dat wil Jimmy Rufa graag doen als hij later groot is. De 7-jarige Jimmy is een gewone jongen, maar toch anders dan de rest. Jimmy heeft hiv. Hij werd er mee geboren. Zowel zijn vader als moeder was met het virus besmet. “Zijn moeder overleed kort na zijn geboorte”, zegt Jimmy’s oma, die sindsdien voor hem zorgt. Jimmy wordt regelmatig in het ziekenhuis behandeld, maar kan redelijk leven met hiv. “Mits er genoeg eten is”, vult zijn oma aan. Zonder goede voeding werken de aidsremmers namelijk niet. En dat is juist het grote probleem in de familie waar Jimmy woont, in een sloppenwijk van Kampala. Met de medicijnen heeft Jimmy geen problemen. “Ze zijn lekker zoet”, vindt hij. Omdat Jimmy door geldgebrek niet naar school kan, voetbalt hij vooral met zijn vrienden. Weten die eigenlijk wel dat hij hiv heeft? “Ja”, antwoordt Jimmy stellig. “Als ze naar mij kijken weten ze het wel. Maar wat ze er van vinden kan mij niet schelen.” Ook thuis wordt er weinig over hiv gesproken. Wat Jimmy moet doen als hij straks als tiener verliefd wordt weet oma niet. “Maar er komt een dag dat hij vragen gaat stellen”, erkent ze.