Als Facebook iets goeds doet, is dat nog altijd matig

12/08
Het is oké om én blij te zijn dat Facebook geen platform wil zijn voor racisme en antisemitisme, én het zeer problematisch te vinden dat wat het bedrijf bepaalt zo veel invloed heeft op onze communicatie.

Facebook heeft besloten om “schadelijke stereotypen” van haar platform te weren. Met een recente specificatie van de regels die voor haar gebruikers geldt is het verboden om “karikaturen van zwarte mensen door schmink op gezichten” te plaatsen. Daar zijn we blij mee, want zwarte piet is gewoon racistisch.

Maar niet iedereen is even blij met dit nieuws. Het is ook heel goed om kritisch te kijken naar dit soort stappen van Facebook. Niet omdat we het posten van racistische content acceptabel vinden, maar omdat het heel erg matig is dat een commercieel Amerikaans platform als Facebook bepaalt wat wij in Nederland wel en niet mogen zeggen. Toch is de reflex om te zeggen dat Facebook onze vrijheid van meningsuiting niet zou mogen inperken, kort door de bocht.

Dat Facebook met zo’n stap onze vrijheid van meningsuiting inperkt komt vooral door de dominantie van het platform.

Schadelijke dominantieAls uitgangspunt vindt Bits of Freedom dat je als bedrijf de vrijheid moet hebben om je platform in te richten zoals jij dat wilt. Als jij op je platform alleen maar filmpjes van katten wilt, dan moet dat kunnen. Dat is aan jou als de maker van het platform. Die vrijheid geldt (met een nuancering, lees vooral verder!) ook voor Facebook. En dat kan dan weer betekenen dat jij als gebruiker niet alles op dat platform kan zeggen wat je zou willen. Of waarvan je vindt dat het zou moeten kunnen.

Er gaat echter een spanningsveld ontstaan als zo\'n platform ontzettend dominant is. Als Facebook iets niet aanstaat, kan ze zonder blikken of blozen een nieuwe “community richtlijn” maken die het publiceren van die content op haar platform verbiedt. Vandaag hebben we het over racistische content, maar het gaat net zo goed over oorlogsdocumentatie, vrouwentepels, gesprekken over seks en medische voorlichting. Hoe graag we het ook anders zien: wie een groot publiek wil bereiken, kan niet om Facebook heen. Wie zijn video\'s gezien wil hebben, kan niet om Google\'s YouTube heen. En daarmee zijn deze platformen de poortwachters naar ons publieke debat online. De vrijheid van zo\'n platform, om naar eigen inzicht het platform in te richten, is dan opeens wél slecht voor onze vrijheid.

Platformen als Facebook en Google\'s YouTube zijn de poortwachters naar ons publieke debat online.

Minder afhankelijkheid is hoognodigHoe we uit dit dilemma komen? We moeten af van de dominantie van Facebook. Het internet is in de afgelopen tien jaar steeds minder decentraal en divers geworden, met een verschraling van onze vrijheid tot gevolg. Willen we onze vrijheid van meningsuiting terug, dan helpt het niet om verontwaardigd te zijn op Facebook. Om dit probleem op te lossen moeten we niet Facebook reguleren, maar het ecosysteem waarin Facebook opereert.

Datum: woensdag 12 augustus 2020, 12:32
Bron: BitsOfFreedom
Categorie: Internet en ICT

Gerelateerde berichten:

Reacties:

Er zijn nog geen reacties op dit bericht.


Website by Web Chemistry