Winter 2020: wordt het de zachte of de koude variant?

19/11
Nog even en de winter van 2020 staat op de kalender. Volgens de vroegste contouren van onze winterverwachting, waarvan we alweer een tijdje geleden melding maakten, moesten we opnieuw met een zachte winter rekening houden. Maar inmiddels lijkt het allemaal een stuk onzekerder te zijn geworden.

Die zeer zachte, natte en windrijke variant is er nog steeds en heeft een slagingskans van ongeveer 30 procent. Er is nu ook een koude variant met eveneens een slagingskans van 30 procent. De winterverwachting zit min of meer tussen beide varianten in. Het zal geen verbazing wekken dat de betrouwbaarheid dit keer als relatief laag wordt ingeschat.

Om een seizoensverwachting te maken, kun je diverse technieken inzetten. Zo zijn er de computercentra die rekenen en met hun numerieke modellen tot verwachtingen komen. Eigenlijk al die modellen wijzen op dit moment (nog steeds) op hetzelfde. Het wordt een zachte winter, gedomineerd door lagedrukgebieden bij IJsland en op de route Oceaan-Schotland-Scandinavië. Met in onze omgeving een dominante zuidwestelijke stroming, vaak regen en wind en temperaturen die nauwelijks ruimte overlaten voor winterse uitbraken. Zeker in de eerste helft van de winter niet. Bij zo’n regime hoort een sterk positieve NAO-index, omdat de luchtdruk bij IJsland laag is en het Azorenhogedrukgebied niet alleen op zijn plek ligt, maar daarbij ook sterk is.

En dan heb je de andere technieken, zoals de analoge waarbij je het drukpatroon in de aanloop naar de winter vergelijkt met dat in andere jaren, waarin ongeveer hetzelfde gebeurde. Van die jaren kennen we de afloop en uit die afloop kunnen we voor dit jaar een verwachting destilleren.

Teleconnecties

We noemen verder de statistische technieken. Ook die kijken naar het verleden en laten zien hoe groot de kans is op een bepaald type winter, als zich in de aanloop naar de winter factoren voordoen waarvan we weten dat ze invloed op het weer hebben. Dit soort beïnvloeders van het weer noemen we teleconnecties. Sommige zijn al lang en breed geaccepteerd, andere leren we nu kennen.

ENSO

Een belangrijke teleconnectie is de ENSO, het mechanisme op het zuidelijk halfrond dat bepaalt of er in het zeegebied tussen Peru aan de ene kant en Indonesië aan de andere kan van de Grote Oceaan een El Niño (een strook met warmer dan normaal zeewater) of een La Niña (een strook met kouder dan normaal zeewater) is. Dit is een teleconnectie waarvan we weten dat hij grote invloed op het wereldwijde weer heeft. Steeds op een heel specifieke manier.

SSW, QBO en zonnevlekken

Andere teleconnecties zijn in het winterhalfjaar de plotselinge en snelle opwarmingen van de stratosfeer boven de Noordpool (de SSW’s), waarover de laatste jaren steeds meer bekend is geworden; een straalstroom hoog in de stratosfeer boven de evenaar (de QBO) die elke 27 maanden een westelijke en een oostelijke fase heeft; en de zon, die met zijn zonnevlekkenactiviteit door een 11-jarige cyclus gaat, waarin een minimum en een maximum voorkomen.

Zeewater, ijs en sneeuw

Tenslotte hebben we natuurlijk de factoren die altijd van invloed zijn op de plekken waar hoge- en lagedrukgebieden terechtkomen. Zoals de oceaanregio’s waar het water warmer of juist kouder dan normaal is, het zeeijs in het Noordpoolgebied en de sneeuw die grote delen van het noordelijk halfrond gedurende de wintermaanden bedekt. Al deze invloeden tezamen bepalen uiteindelijk hoe de seizoenen bij ons verlopen. En in dit geval dus hoe de winter er bij ons zal gaan uitzien. Voor de komende maanden lijken vooral de activiteit van de zon – we bevinden ons nu in een diep minimum, de QBO (die naar zijn oostelijke fase gaat) en de temperatuur van de stratosfeer boven de Noordpool (er lijkt de komende weken al een opwarming aan te komen) van belang.

Twee kampen

Zoals gezegd zijn er op dit moment min of meer twee kampen. De computermodellen wijzen eensgezind op een zachte winter, met een positieve NAO-index en bij ons vaak wisselvallig, windrijk en zacht weer. Zeker de eerste twee maanden van de winter lijken hiervoor gevoelig, in februari kan de stroming wat meer gaan meanderen en is de kans op guurdere episoden met misschien ook winterse buien wat groter. Gebruiken we de andere technieken, dan is daar het aandeel van geblokkeerde weertypen tijdens de komende winter, met hogedrukgebieden in het noorden en een bijbehorende negatieve NAO-index, een stuk groter. De puzzelstukjes moeten op de juiste manier in elk passen, maar de kans op winterweer is zo veel nadrukkelijker aanwezig.

NAO-index

Opvallend de laatste maanden is het gedrag van de NAO-index. In weerwil van de verwachtingen, die een groot deel van het jaar al op een sterk positieve NAO-index wezen, is de index gedurende de zomer en ook een groot deel van de herfst in werkelijkheid vooral negatief en op andere momenten hoogstens min of meer neutraal geweest. Het geeft aan dat het naderende zonnevlekkenminimum, waarvan de invloed op het weer op aarde redelijk bekend is, wellicht al sterker meespeelt dan op grond van het verleden mocht worden verwacht. Normaal wordt de sterkste invloed ervan meestal pas in de fase net na het minimum, als er alweer meer vlekken aan het oppervlak van de zon verschijnen, verwacht. Maar het huidige minimum is zo diep en duurt ook al zo lang dat we mogelijk het effect ook nu al zien, terwijl het echte minimum in 2020 nog moet volgen.

Kans op vroege SSW vrij groot

Wat in elk geval duidelijk is, dat de kans op een opwarming van de stratosfeer boven de Noordpool (een SSW) door de combinatie van de oostelijke QBO en de lage zonneactiviteit deze winter relatief groot lijkt. Komt die er al vroeg, en er zijn aanwijzingen dat het in de eerste helft van december al zover kan zijn, dan heeft die SSW mogelijk een flinke invloed op het verdere verloop van de winter. Tijdens en na zo’n SSW vormt zich boven het Poolgebied een hogedrukgebied. Dat hogedrukgebied werkt de gebruikelijke westcirculatie op het noordelijk halfrond tegen. Die gaat meanderen en zo wordt de kans op koude uitbraken vanuit het poolgebied een stuk groter. Zulke uitbraken kunnen natuurlijk ook het Europese continent en uiteindelijk onze omgeving in de kou brengen.

Twee kampen in evenwicht

Het zachte kamp in de verwachting en het koude kamp houden elkaar nu ongeveer in evenwicht. De winterverwachting van World Climate Service, het Amerikaanse bureau waarmee MeteoGroup bij het opstellen van dit type verwachtingen samenwerkt, zit nu tussen beide uitersten in. Met het zachtste weer boven het noordoosten van Europa en het koudste weer in Centraal- en Zuidwest-Europa. Vooral Spanje en Portugal en ook de zuidelijke delen van Frankrijk zouden een erg droge winter tegemoet gaan. Heel nat moet het juist in het oosten en noordoosten van Europa worden, maar later in de winter ook boven de Balkan met een paar kou-uitbraken die kant op.

Luchtdrukverdeling

Het bijbehorende patroon bestaat uit een sterk hogedrukgebied boven het zuidwesten van Europa en een sterk lagedrukgebied boven het noordoosten van Europa. Hiertussenin een groot deel van Europa een noordwestelijke bovenstroming met het koudere dan normale weer in Centraal-Europa en onder de hogedruk in het zuidwesten. In datzelfde zuidwesten natuurlijk het droogste weer. In de koude variant breidt de hogedruk in het zuidwesten zich noordwaarts uit, zodat echt koude lucht een veel groter deel van Europa kan bereiken. In de zachte variant trekt de hogedruk zich boven het zuidwesten van Europa terug en wordt de lagedruk boven het noordoosten in een veel groter gebied, ook ten noorden van onze omgeving dominant. Dan krijgen we gedurende de wintermaanden de zuidwestelijke stroming zoals die nu door bijna alle computermodellen voorzien wordt.

Overeenkomsten met 2003

Bij het voorbereiden van de winterverwachting van dit jaar, vonden de experts van WCS in de aanloop naar de komende winter een opvallend sterke gelijkenis met de situatie die aan de winter van 2003 voorafging. En ook de weerkaarten in bijvoorbeeld de novembermaand van 2002 en die van dit jaar vertoonden opvallende overeenkomsten. Die winter van 2003 werd gekenmerkt door het steeds weer opduiken van hogedrukgebieden boven Scandinavië. Vooral het oosten en midden van Europa beleefden daardoor dat jaar een koude winter. Nederland kwam meer aan de rand van dat koude gebied terecht. Het kwam tot enkele vorstperiodes, maar grootschalig op de schaats brachten die ons uiteindelijk niet. Vooral in februari viel ook af en toe sneeuw, vooral in Zeeland.

4e plaats

Uiteindelijk bracht de winter van 2003 het in De Bilt tot een koudeproductie van 80 Hellmannpunten waarmee die winter in deze eeuw op de 4e plaats van koudste winters staat, na de winters van 2010, 2012 en 2011. Met een gemiddelde temperatuur van 2,4 graden zou een winter als die van 2003 in het huidige (warme) tijdvak als behoorlijk koud worden ervaren. Alle drie de wintermaanden waren toen kouder dan normaal. Toch kwam ook een lange periode met zacht winterweer voor.

Waarschijnlijk snel duidelijkheid

Hoe het de komende winter verdergaat, wordt mogelijk de komende weken dus al duidelijk. Als er inderdaad een vroege SSW komt en de noordelijke hoge druk is in de decembermaand al zichtbaar, dan is de trend waarschijnlijk gezet. Breekt alsnog een positieve NAO-fase door, dan geldt dat eveneens. De kans lijkt het grootst dat het één van deze uitersten wordt, in plaats van het beeld er tussenin. Het is ook daarom dat de winterverwachting dit jaar zo onzeker is.

Bronnen: WCS, MeteoGroup.

Datum: dinsdag 19 november 2019, 11:10
Bron: Meteo Consult
Categorie: Weer en Verkeer
Tags: De Bilt, Frankrijk, IJsland, Kampen, Noordelijke, Overijssel, Peru, Portugal, Spanje, Utrecht, Zeeland

Gerelateerde berichten:

Reacties:

Er zijn nog geen reacties op dit bericht.


Website by Web Chemistry