Doet u maar een miljoen alstublieft

19/07
Het is tot nu toe een zeer wisselende zomer geweest. Extreme hitte – mogelijk gaan we volgende week nog een keer voor de bijl – en koelere periodes. Ook momenten met buien. En dan best vaak, meteen plankgas. Maar hoeveel neerslag er echt gevallen is, weet niemand. En dan bedoelen we ook echt: helemaal niemand. Dat klinkt gek voor een ervaren en groot internationaal opererend weerbedrijf als MeteoGroup. Maar als je de uitspraak ‘precies’ heel letterlijk neemt, klopt het wel.

Het kenmerkende aan neerslag in de zomer ten opzichte van de winter is dat de regen vaak heel grillig verdeeld is. Niet alleen over Nederland. Maar ook over korte afstand. Buien hebben vaak een zeer lokaal karakter of als ze een groter gebied passeren, vaak enorme lokale uitschieters. In de media, en ook door ons, worden dan vaak de extreme uitschieters benoemd. En dat is helemaal logisch natuurlijk, want dat is wat veel mensen interessant vinden om te weten. Maar eigenlijk zeggen we daarmee nog verre van alles. Want de extreemste uitschieters die er zijn gemeten, zijn met zekerheid nooit de grootste gevallen neerslagsom.

De verschillen over korte afstand, zelfs binnen een stad, of zelfs binnen een dorp, of zelfs binnen een wijk, of zelfs binnen een buurt, kunnen namelijk heel groot zijn. En dan zijn er wel heel wat betrouwbare meetstations in Nederland. Maar uiteindelijk gaat het alles bij elkaar opgeteld ‘maar’ om enkele honderden stations in Nederland. En we zijn natuurlijk een klein landje. Maar toch altijd met een landoppervlakte van meer dan 30.000 km2. En dan moet het meetstation natuurlijk maar net toevallig op de goede plek staan om de maximale hoeveelheid neerslag te meten. Of beter gezegd ‘net hééél erg toevallig’ op de goede plek staan.

‘Mooi’ voorbeeld
Afgelopen vrijdag 12 juli was helemaal een ‘mooi’ voorbeeld. Verspreid over het land ontstonden zware, in veel gevallen langzaam trekkende, buien. Er ontstond op diverse plekken in Nederland wateroverlast. Eén van de waarnemingsstation van het netwerk van het VWK (Vereniging voor Weerkunde en Klimatologie) noteerde in Hilversum al snel 75 millimeter. Een wolkbreuk zette daar straten en soms ook gebouwen blank. Het regende daarna nog een tijdje wat lichtere door.

En toevallig pakte ook net een station in het noorden van Drenthe een flinke hoeveelheid van boven de 50 millimeter mee. Maar op de radar was te zien dat bijvoorbeeld ook in Oost-Flevoland en Noord-Gelderland tenminste net zulke zware buien waren geweest. Alleen dan net niet op een druk bewoond gebied als Hilversum. Met ook iets minder waarnemingsstations. Uiteindelijk bleek de volgende dag de etmaalsom van één van de stations van het waarnemingsnetwerk van het KNMI 59 millimeter te hebben genoteerd in het oosten van Flevoland. En er kwamen meldingen uit bijvoorbeeld Buinerveen (79 mm) en Exloërveen (70 mm) in het oosten van Drenthe.

Goede informatie, maar het kan altijd beter
Is er dan geen goede informatie beschikbaar? Nou dat zou ook weer heel kort door de bocht zijn. Integendeel. De locaties hierboven liggen vlak bij de plekken waar ook bijvoorbeeld de neerslagradar de grootste opgetelde geïnterpreteerde neerslaghoeveelheden toont voor die dag.

Het is alleen zo dat bijna 100% zeker is dat op de plek met potentieel de echte topnotering, de plek met de ergste regens, geen waarnemingsstation beschikbaar is. Een paar honderd meter verder op zou die 79 van Buinerveen zomaar nog 10 of 20 millimeter meer kunnen zijn geweest. En in het zuiden van Drenthe toont het cumulatieve nog meer neerslag. Daar hing een zeer zware bui een uur lang stil op dezelfde plek. Ter vergelijking, waarbij Hilversum de radar ‘niet verder’ komt dan 56 millimeter en in werkelijkheid er dus nog veel meer is gevallen (75+), laat de plek in Zuid-Drenthe waarden tot 86 millimeter zien. En bedenk daarbij dat dus op andere plekken een stuk meer gemeten is dan de projectie van de radar aangaf. Zeker met de zeer hoge luchtvochtigheid in de onderste lagen van de atmosfeer die dag, onderschat de radar bij de hoeveelheid neerslag bij buien ook nog een beetje (extra). Dat er ergens in Drenthe bijvoorbeeld 100 millimeter is gevallen vorige week vrijdag, is daarmee verre van ondenkbaar. De kans dat er een waarnemingsstation net op de goede plek staat is gewoon heel erg klein.

Doet u maar een miljoen alstublieft
Kortom: we hebben al veel gegevens over de gevallen neerslaghoeveelheden beschikbaar, via waarnemingen en via de cumulatieve radar. En bovendien is MeteoGroup bezig met innovatieve toepassingen om uit alternatieve en imperfecte databronnen toch nog meer lokale informatie beschikbaar te maken. Maar het mooiste (en net zo onhaalbare) zou natuurlijk zijn om elke 100 of 200 meter een betrouwbaar neerslagwaarnemingsstation te hebben. Even rekenen… met ruim 30.000 kilometer landoppervlak kom je dan rond een miljoen of meer waarnemingsstations uit. Doet u maar een miljoen alstublieft.

Zaterdag weer stevige buien
Morgen (zaterdag) zouden we die miljoen waarnemingsstations alvast goed kunnen gebruiken. Er trekken in de loop van de dag van zuidwest naar noordoost een paar stevige buien over het land. Op sommige plekken onweert het flink en is meer dan 25 millimeter regen in korte tijd mogelijk. De meeste locaties krijgen juist minder neerslag te verwerken, al kan het wel even flink doorplenzen. Bovendien trekken de zwaardere bui-exemplaren naar verwachting net wat sneller dan vorige week vrijdag het geval was. Extreme lokale uitschieters van tegen de 80 of zelfs 100 millimeter zijn daarmee verre van waarschijnlijk. Voor de buien uit wordt het in het oosten van het land nog rond 25 graden.

MeteoGroup

Datum: vrijdag 19 juli 2019, 15:04
Bron: Meteo Consult
Categorie: Weer en Verkeer
Tags: Drenthe, Flevoland, Gelderland, Hilversum, Noord-Holland

Gerelateerde berichten:

Reacties:

Er zijn nog geen reacties op dit bericht.


Website by Web Chemistry