Grotere vraag naar inzet van de krijgsmacht vergt zorgvuldige afweging

19/06
Nederland moet tot en met 2021 voldoende flexibiliteit houden voor onvoorziene missies en operaties in crisissituaties. Maar grotere extra bijdragen aan missies kunnen gevolgen hebben voor de andere hoofdtaken en voor de gereedheid van de Krijgsmacht. Dat schrijven de ministers van Buitenlandse Zaken, Defensie, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de minister van Veiligheid en Justitie samen in een brief aan de Tweede Kamer.

Nederlandse militair traint Peshmerga in Irak

Hoofdtaken vergen meer inzet

De wereld is onveiliger geworden. De verdediging van ons eigen grondgebied is belangrijker geworden, maar missies en nationale operaties dragen ook bij aan onze veiligheid. Er is echter maar 1 krijgsmacht die kan worden ingezet voor de 3 hoofdtaken van de krijgsmacht - het beschermen van het eigen en NAVO-grondgebied, het bevorderen van de internationale rechtsorde en stabiliteit, en het helpen bij rampen en crises. Dat vraagt om zorgvuldige besluitvorming bij verlenging van bestaande verplichtingen en eventuele nieuwe bijdragen aan 1 van de 3 hoofdtaken van Defensie.

Voldoen aan gereedheidsnormen

Bij de NAVO staat verbetering van de gereedheid van eenheden en de capaciteit om snel versterkingen aan te kunnen voeren, centraal. Doel van dit NATO Readiness Initiative (NRI) is het vergroten van de pool van eenheden met een hoge paraatheid. Het is de bedoeling dit jaar eenheden aan te wijzen die voor langere tijd deel uitmaken van dit initiatief. Uiteindelijk worden deze eenheden in 2024 met de al bestaande Nato Response Force (NRF) samengevoegd. Nederland stelt ook in 2020 en 2021 eenheden gereed voor de NRF.

De NAVO heeft de bondgenoten om zowel gevechtseenheden als (gevechts)ondersteuning gevraagd. Dat vormt een aanzienlijke uitdaging voor Nederland, omdat de krijgsmacht nog bezig is met herstel van de gereedheid. De beschikbaar gestelde eenheden hoeven nu nog niet volledig aan de (gereedheids)normen van het NRI te voldoen, maar op termijn wel. Het op niveau brengen en houden van de Nederlandse bijdrage aan het NRI gaat een rol spelen bij besluitvorming over verlenging van verplichtingen en bijdragen aan toekomstige missies en operaties.

Bijdragen aan internationale missies

Kleine bijdragen aan internationale missies blijven mogelijk. Nederland blijft meedoen aan internationale missies zoals in Afghanistan en Irak en de vooruitgeschoven aanwezigheid in Litouwen. Het kabinet heeft besloten het mandaat voor de Nederlandse bijdragen aan de veiligheidsinzet in Irak te verlengen tot en met 31 december 2021. Daarbij is er jaarlijks een ijkmoment.

In Niger gaat Nederland, als onderdeel van de bijdrage aan EUCAP Sahel Niger, trainingsmodules verzorgen voor Nigerese mobiele grensteams om grensbeheer te versterken. Deze modules worden gegeven door marechaussees. Nederland en Duitsland ondersteunen de oprichting en operationalisering van deze grensteams ook met een financiële bijdrage.

In Mali levert Nederland op verzoek van Duitsland vanaf december 2019 tot eind 2020 2 militairen voor een radardetectie-eenheid van het Duitse contingent op Kamp Castor in Gao. Deze eenheid spoort vroegtijdig aanvallen op Castor op. De Nederlandse militairen zijn afkomstig van een binationale eenheid van het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando.

Het kabinet onderzoekt nog of Nederland 4 waarnemers (militaire waarnemers en politiefunctionarissen) kan leveren aan de United Nations Mission to support Hodeidah Agreement (UNMHA) in Jemen. Het kabinet studeert ook nog op het verzoek van de VS om zowel militaire als niet-militaire steun te verlenen aan een veiligheidsmechanisme dat moet voorkomen dat er in Syrië een machtsvacuüm en dus nieuwe instabiliteit ontstaat.

Datum: woensdag 19 juni 2019, 10:19
Bron: Defensie
Categorie: Algemeen
Tags: Afghanistan, Duitsland, Irak, Jemen, Litouwen, Mali, Niger

Gerelateerde berichten:

Reacties:

Er zijn nog geen reacties op dit bericht.


Website by Web Chemistry