Door een vliegende storm over de Alpenkam

22/01
Het sneeuwt vandaag in Nederland. In de loop van de dag kan tussen 1 en 3 centimeter vallen. Vooral in het binnenland blijft die sneeuw liggen. In het westen, waar de temperaturen later boven nul komen, dooit de meeste sneeuw weer weg. Is iedereen in Nederland vandaag in de ban van een beetje sneeuw, in de Alpen was het de laatste tijd echt bar en boos. Een verslag daarom vanuit het Italiaanse Wolkenstein.

Het is maandag 14 januari in de in de Italiaanse Dolomieten gelegen wintersportplaats Wolkenstein (ook Selva die Val Gardena). Hoog op een bergkam zit ik met collega Klaas Dros en nog een paar anderen in een open stoeltjeslift, op weg naar de 2300 meter hoge bergkam die we over moeten om naar Wolkenstein terug te kunnen skiën.

Het weer is bar. Sinds een uurtje sneeuwt het en het stormt op deze hoogte. Wolken sneeuw jagen als in een blizzard aan ons voorbij en brengen het zicht soms tot een paar meter terug. De lift loopt extra langzaam. Op de top aangekomen, is er bijna geen houden meer aan. Door de sneeuwstorm, het is rond -10 graden, worstelen we ons naar een gebouw om binnen weer een beetje op te warmen. We blijken niet de enigen, het is er zelfs tamelijk druk.

Weinig sneeuw
Drie dagen eerder komen we in de Dolomieten aan. Na een indrukwekkende rit door het zwaar besneeuwde Zuid-Duitsland en Oostenrijk, is de meeste sneeuw na het passeren van de Brennerpas verdwenen. We wisten dat dit zou gebeuren, want de bergen in Noord-Italië bevinden zich al weken in de neerslagschaduw van Alpenhoofdkam en tot enige sneeuw van betekenis is het er simpelweg niet gekomen. Dat is ook te zien, want op de zuidhellingen ligt geen sneeuw en is het slechts bruin gras dat de klok slaat. In de schaduw van de noordhellingen is het wel wit.

Sneeuwgebrek geen probleem
Sneeuwgebrek is in Wolkenstein echter geen probleem, zo weten we sinds twee jaar geleden. Ook toen reden we een wintersportgebied zonder sneeuw binnen, maar wel met vrijwel alle pistes open. En dat zijn er nogal wat. In dit deel van de Alpen hebben ze door middel van de Sella Ronda (rond het Sella-massief) zeven skigebieden aan elkaar gekoppeld, goed voor in totaal 1200 kilometer aan skipistes. In een indrukwekkend landschap en dus vaak in de zon. En met een armada aan sneeuwkanonnen die indien nodig sneeuw op de pistes brengen van een indrukwekkende kwaliteit. En – zo wordt verteld – zonder toevoeging van welk chemisch middel dan ook.

Sluierwolken
Onze eerste skidag speelt zich onder een met sluierwolken bedekte hemel af. Aan de noordkant van de Alpen sneeuwt het, hier komt niks over de berg. Terwijl er best wat nodig is. We draaien de Sella Ronda en vooral aan de noordkant in het skigebied Alta Badia ligt zo weinig sneeuw dat het toch ongemakkelijk voelt om elke keer weer over een wél witte en goed geprepareerde piste naar beneden te suizen. Gelukkig lijkt er iets onderweg. Onze weer-app ziet er voor de volgende dag steeds beter uit. Op een bepaald moment tellen we 12 millimeter in de verwachting.

Niet al te serieus
We hebben het erover met de eigenaar van het hotel waarin we voor het derde opeenvolgende jaar verblijven. Hij is niet optimistisch. Ook zijn vader en moeder, die in het hotel wonen, nemen de verwachting niet al te serieus. Er komt wel iets vanuit Zwitserland, zeggen ze, maar de meeste neerslag is dan al gevallen en komt niet in Wolkenstein, maar in andere plaatsen omlaag. Het zal wel met een sisser aflopen. Meer dan een paar centimeter zit er volgens hen niet in.

Teruggeschroefd
Ze lijken de volgende dag meteen al gelijk te krijgen. Bij het opstaan blijkt de verwachte hoeveelheid neerslag in de app met een millimeter of 9 te zijn teruggeschroefd en in de loop van de dag gaat daar nog meer vanaf, totdat er nog maar een millimeter of 2 over is. Tussen 3 en 4 uur ’s middags moet het gaan sneeuwen. Tot onze verrassing is er bij het opentrekken van de gordijnen in de ochtend meteen al een beetje sneeuw zichtbaar. Lang duurt het echter niet, want vanaf het moment dat we weer op de ski’s staan, breekt de zon flets door de bewolking heen. Van sneeuw is bij ons geen spoor en alleen aan de noordkant van de Alpen lijkt er maar geen einde aan te komen.

Toch begint het te sneeuwen
Toch begint het tot onze verrassing netjes tussen 3 en 4 uur voorzichtig te sneeuwen en de wind trekt aan. Boven op de top richting Wolkenstein sneeuwt en waait het flink, maar we komen er nog makkelijk over. Na nog een paar afdalingen aan de andere kant vinden we het genoeg en gaan terug naar het hotel. Terwijl we dat doen begint het steeds harder te sneeuwen. Na enige tijd wordt de weg wit en voordat we het weten hebben we 5 centimeter te pakken. Een blik op de radar leert dat het om sneeuw gaat die vanuit het noorden precies bij ons de hoofdkam oversteekt. Blijkbaar is de druk aan de andere kant zo groot dat niet alle sneeuw er in Oostenrijk uit is, voordat de lucht over de berg komt. De hoge bergen bij ons doen de rest en laten het ook hier sneeuwen.

Wereld van verschil
’s Avonds en in de eropvolgende nacht gebeurt dat nog enkele keren en de volgende ochtend blijkt er 12 centimeter te zijn gevallen. Die nieuwe sneeuw maakt een wereld van verschil. Ineens skiën we wel door een winters landschap op nog betere sneeuw. En met het zonnetje erbij, ziet het er allemaal een stuk beter uit. Opnieuw draaien we de Sella Ronda, maar nu de andere kant op. De app stelt nog een kleine millimeter aan extra sneeuw in het vooruitzicht, opnieuw laat in de middag. Maar we slaan er nauwelijks acht op. Net zomin als dat we de teksten op de grote informatieborden bij de skiliften echt tot ons door laten dringen. Er staat dat het best zo kan zijn dat het in de hogere delen zo hard gaat stormen dat sommige liften in de loop van de middag stilgezet moeten worden. En ben je dan op de verkeerde plaats, dan kom je niet meer zonder taxi in je hotel terug.

Het weer verslechtert
Terwijl we vrolijk doorgaan, trekt de hemel boven ons dicht en begint het zachtjes te sneeuwen. We bevinden ons aan de noordkant van het Sella-massief en de bergen ervan beginnen er steeds dreigender uit te zien. Op een bepaald moment lijkt het ook mistiger te worden, maar als we goed kijken, zien we dat het de sneeuw is die van de toppen waait die het zicht verslechtert.

Race tegen de klok
Op dat moment weten we dat we zo snel mogelijk over de laatste pas moeten zien te komen, anders komen we niet meer op de ski in Wolkenstein terug. Het wordt een race tegen de klok. We moeten nog een heel aantal pistes en liften afwerken en ondertussen verslechtert het weer verder. In de laatste gondel, op weg omhoog, horen we de wind om ons heen huilen. De gondel, een Italiaans eitje, hangt er nog relatief rustig bij. Daarna zijn het twee open liften die ons op de top brengen.

Wind slaat om zich heen
In het restaurant op de top kijken we naar buiten. De wind slaat nog heviger om zich heen. Hekken, waartegen je je ski’s kunt neerzetten, worden tegen de grond gesmeten. Ski’s liggen overal. Naar beneden skiën heeft geen zin meer, hebben we snel door. Je ziet op de pistes geen hand voor ogen en de wind zou je nog tegenhouden ook. Er zit maar één ding op: de gondellift aan de andere kant van de berg opzoeken en dan hopen dat die ons wel omlaag brengt.

Gondels schommelen hevig
Van het gebouw naar de lift is het niet meer dan ongeveer 80 meter. Samen met een paar anderen rennen we er door de vliegende storm naartoe. Het kost moeite om op de been te blijven. Eenmaal binnen blijkt de lift nagenoeg stil te staan. Een blik naar buiten laat zien waarom: het waait zo hard dat de gondels in de wind vervaarlijk heen en weer schommelen. Dat gaat zo hard dat ze bij het passeren van de palen waarop de ligt hangt zomaar tegen die palen aan kunnen botsen.

Precisiewerk

Een medewerker van de lift staat op de uitkijk en bepaalt wanneer de lift een klein stukje kan bewegen. Eén voor één worden de gondels zo langs de palen gelaveerd. Het lijkt een tamelijk kansloze klus om op deze manier beneden te komen. Enigszins beschroomd zetten we ons toch in één van de gondels en wachten af wat er gebeurt. Stukje bij beetje schuiven we het gebouw uit en eenmaal buiten wordt ook onze gondel door de wind gegrepen en gaat hevig schommelen.

Met horten en stoten
Met horten en stoten leggen we de eerste paar honderd meter van het lifttraject af en schuiven dan het gebouw van het middenstation binnen. Hier wordt onze gondel op een volgende lift overgezet, die tussen de bomen ligt. De wind is als bij toverslag verdwenen. We besluiten niet verder te gaan in de lift, maar om tussen de bomen zelf naar beneden te skiën, een memorabele oversteek achter ons latend. Die avond valt er opnieuw een paar centimeter sneeuw, net als eerder als overschot van de sneeuw aan de noordkant van de Alpen die daar maar van geen wijken weet.

Prachtig skiën
De volgende twee dagen schijnt de zon en kunnen we prachtig skiën. Eerst is er nog veel wind, zodat de Sella Ronda dicht zit, maar uiteindelijk gaat ook de storm liggen. Het is genieten in de Italiaanse Dolomieten, zelfs als het op donderdag 17 januari onverwacht toch weer begint te sneeuwen. Totdat Klaas aan het einde van de zesde dag door een misverstand via een reuzensprong keihard buiten de piste terechtkomt, 8 meter lager, is er dan ook niets aan de hand. Daarna is het snel een dokter opzoeken voor foto’s en besluiten we uiteindelijk toch een dag eerder naar huis te gaan.

Bron: MeteoGroup.

Datum: dinsdag 22 januari 2019, 09:27
Bron: Meteo Consult
Categorie: Weer en Verkeer
Tags: Bergen, Duitsland, Limburg, Noord-Holland, Oostenrijk, Zwitserland

Gerelateerde berichten:

Reacties:

Er zijn nog geen reacties op dit bericht.


Website by Web Chemistry