Kans op winterweer stijgt

09/01
Al vanaf september is een aantal meteorologen van MeteoGroup bezig om zicht te krijgen op het verloop van de winter. De tendensen hebben we steeds uitvoerig toegelicht op deze site. Volledig in de uitgezette lijn lijkt er nu geleidelijk het een en ander te gaan gebeuren.

De afgelopen tien à vijftien jaar is steeds meer ervaring opgedaan met het maken van langetermijnverwachtingen voor de winter. Terwijl de heersende visie nog altijd luidt dat je niet verder kunt kijken dan twee weken vooruit, is dat beeld voor ons de afgelopen jaren wel degelijk verschoven. Door te kijken naar grootschalige patronen en tendensen, zowel in de troposfeer als in de stratosfeer, ontwikkelen we steeds meer kennis om tot onderbouwde uitspraken te komen voor maanden vooruit. Dat zijn uiteraard geen uitspraken per dag of op het detail, het gaat dan voornamelijk om tendensen in parameters als temperatuur en neerslag. Deze kennis is continu in ontwikkeling, mede omdat er steeds meer informatie vanuit allerlei hoeken (bijvoorbeeld universiteiten, gedreven onderzoekers) beschikbaar is. Je ziet dan ook dat een groepje diep geïnteresseerden van over de hele wereld geleidelijk steeds verder komt als het gaat om het begrijpen van de sturende krachten achter zoiets als ‘de kansen op winterweer’.

Het is vooral de winterperiode die tot nu toe geschikt is voor het opstellen van een langetermijnverwachting. In deze periode is de kracht van de zon heel gering en worden atmosferische ontwikkelingen niet ‘verstoord’ door de dagelijkse gang van de zon.

Altijd te volgen: onze winterverwachtingen en -bespiegelingen
In onze weerkamer te Wageningen is het bovenal Reinout van den Born die zich met enthousiasme stort op de winterverwachtingen. Al in de loop van september begint hij altijd uitgebreid te pluizen en half oktober hadden we een uitgebreid verhaal van zijn hand op de site staan. De crux van dat verhaal was dat de eerste helft van de winter waarschijnlijk zacht en nat zou verlopen. Voor de tweede helft waren de signalen nogal wisselend, maar met lichte tendens naar een rustiger wordende en afkoelende atmosfeer op onze breedtegraad.

Op 20 november volgde een tweede verhaal, waarin de actuele stand van zaken werd doorgelicht. Vervolgens was er half december het derde verhaal van Reinouts hand, waarin voor het eerst de tekenen van een Sudden Stratospheric Warming (SSW) werden genoemd; een opwarming van de hogere luchtlagen boven de Noordpool, waardoor de poolwervel (die de kou boven de pool ‘vasthoudt’) minder sterk zou worden. Het zou de aanzet kunnen worden van een uiteindelijke uitstroom van een deel van die poolkou. Twee dagen later volgde een vierde verhaal, met daarin weer een verdere update en uitleg van de gedachten over de winter.

Een spannender verhaal werd op tweede kerstdag geplaatst, ook weer door Reinout. Daarin blikt hij kort terug op de decembermaand, die niet helemaal aan het verwachte beeld voldeed, en werd de verstoring in de stratosfeer boven de Noordpool verder toegelicht. In dit verhaal kwam ook naar voren dat hogedrukgebieden boven Scandinavië voorlopig minder kans maken, vanwege de kou die daar aanwezig is.

Om alle winterliefhebbers en -geïnteresseerden goed te bedienen, was Reinout op 3 januari alweer aan de slag met een volgende update. De SSW was op gang gekomen, alleen de grondkaarten lieten nog niets zien. Maar, de aanwijzingen zijn er.

Verwachte tendens wordt nu geleidelijk zichtbaar
De winterverwachting zoals we die continu hebben uitgedragen, ging over een milde en natte eerste helft, en over een koudere tweede helft. Het ging niet over felle winteruithaal, zeer strenge vorst of bakken met sneeuw. Het ging over tendensen. Hoe die tendens exact zal uitpakken, moet nog gaan blijken. De eerste tekenen dat er een richting naar winterweer wordt ingezet, aan de grond, verschijnen nu ook in de weerkaarten. De bij dit verhaal geplaatste vierweekse verwachting (grafiek 1), gisteren uitgegeven, laat dit ook zien. Vanaf de 21e van deze maand gaan de berekeningen van het ECMWF gemiddeld gesproken onder normaal uitkomen. De mediaan van alle opties aangaande maximumtemperatuur gaat naar 3 graden, met evenveel members die hoger en lager uitkomen. De onderste 10 tot 20 procent van de opties komt met maxima tussen -3 en 0 graden in de periode vanaf 23 januari tot en met 6 februari. Aan de bovenzijde van het spectrum liggen de maxima tussen 7 en 8 graden.

Kijken we naar de minimumtemperaturen in diezelfde vierweekse verwachting (grafiek 2), dan gaat de mediaan naar -2 graden. De laagte uitschieters komen onder -7 graden uit, de hoogste uitschieters op ruim 4 graden. Gezien de vorm van de grafiek gaat een duidelijke temperatuurdaling vanaf 21 januari plaatsvinden.

Afkoeling en winterse buien
De derde grafiek is wat ingewikkelder. Hieruit kun je min of meer afleiden wat voor luchtdruksituatie we kunnen verwachten. Deze afbeelding toont in de bovenste lijnenbrij een daling van de hoogte waarop de luchtdruk nog maar 500 hPa is, dat is op ongeveer 5 kilometer hoogte. De daling impliceert een afkoeling van de lucht op hoogte. Hoe kouder, des te minder de lucht namelijk naar boven toe uitzet. Een afkoeling op die hoogte lijkt niet te wijzen op de vorming van een hogedrukgebied (bijvoorbeeld een Scandinavisch hogedrukgebied). Een hogedrukgebied is namelijk in de hogere delen meestal gevuld met warmere lucht en dan zouden de lijnen juist een opwarmende trend moeten tonen.

De onderste lijnen in grafiek 3 gaan over de temperatuur op het vlak in de lucht waar de druk nog 850 hPa bedraagt. Dit vlak ligt dus lager dan het 500 hPa-vlak, meestal rond 1,5 kilometer hoogte. De lijnen tonen bijna de gehele periode temperaturen onder het vriespunt. Bovendien gaan de temperaturen in de meeste berekeningen onder de min 5 graden na maandag 21 januari. Dit zijn voor ons land tamelijk lage waarden. Zodra er neerslag valt bij dergelijke temperaturen op 1,5 kilometer hoogte, is er gerede kans op sneeuw.

Interpretatieslag
Als je alle informatie bekijkt, lijkt het erop dat we vanaf 21 januari met winterweer te maken gaan krijgen. Vooralsnog ziet het ernaar uit dat het niet gaat om een hogedrukgebied boven Scandinavië, maar veeleer om een hogedrukgebied ten westen van ons, met bij ons winden uit het noorden. Die noordelijke wind kan gemakkelijk een heleboel winterse buien met zich meebrengen, met sneeuwval. Als de wind tijdens de nachten wegvalt, landinwaarts, is een aantal graden vorst zeer reëel. Daar waar een sneeuwdek ontstaat, kan het altijd een paar graden steviger vriezen.

De signalen in de grafieken zijn sterk, en eensluidend met het beeld dat we al in de loop van de herfst hebben ontwikkeld. Desondanks past het altijd om een slag om de arm te houden. Immers, het is echt nog ver weg en de komende modelberekeningen moeten ook nog maar in lijn zijn. Met de huidige kennis in ons achterhoofd gaan we de komende tijd checken in hoeverre de nieuwe kaarten aansluiten bij het geschetste beeld. Misschien komt het helemaal niet uit, omdat er een kink in de kabel komt. Ook van zo’n ‘kink’ zullen we dan weer leren. Opdat we de komende jaren almaar betrouwbaarder worden met onze winterverwachting. Het past ons dan ook niet om nu al met veel bombarie een winteruitbraak aan te kondigen. Het past een serieus weerbureau om de ontwikkelingen scherp te volgen, te bestuderen, te leren en onze klanten van goede informatie te voorzien.

Bron: MeteoGroup

Datum: woensdag 9 januari 2019, 13:16
Bron: Meteo Consult
Categorie: Weer en Verkeer
Tags: Gelderland, Noordelijke, Wageningen

Gerelateerde berichten:

Reacties:

Er zijn nog geen reacties op dit bericht.


Website by Web Chemistry