Opvallende warmte vanaf 1 april leidt tot motregen

13/06
Dat we na een koude maart een opvallend warme episode zijn ingedoken is bekend. Die warmte leidt tot een aantal opmerkelijke getallen. Het leidt ook tot een bijzonder warm IJsselmeer, dat daardoor brongebied kan worden van gemiezer. Áls de wind precies ‘goed’ staat. Zoals vandaag.

Laten we beginen met de cijfers. Op 1 april begint het zomerhalfjaar en na het opmaken van de winterstatistieken slaan de meteorologen in de zomerstand. Het warmtegetal kan vanaf dan worden opgebouwd. Dit warmtegetal biedt, naast allerlei andere cijfers, de mogelijkheid om de zomerhalfjaren met elkaar te gaan vergelijken. Voor het verkrijgen van het warmtegetal wordt elke dag gekeken hoeveel de etmaaltemperatuur boven de 18 graden ligt. Vervolgens worden die getallen bij elkaar opgeteld. Een dag als gisteren, met een maximum van 16,7 graden in De Bilt, zal geen toename van het warmtegetal veroorzaken. Ook maandag was te kil voor een bijdrage aan dit getal Een dag eerder, zondag, deed dat wel. De maximumtemperatuur lag toen op 22,8 en over het hele etmaal gezien lag de temperatuur gemiddeld op 18,2 graden. Oftewel, zondag bracht het warmtegetal met 0,2 omhoog.

Dit kun je voor alle etmalen doen en vanaf 1 april 2018 kom je voor ons landelijk hoofdstation, De Bilt, al bijzonder hoog uit. Momenteel staat De Bilt op plaats 62 van de 118 zomerhalfjaren, met een warmtegetal van 41,5. Klinkt het nog niet zo hoog? Bedenk dan dat we échte zomer nog niet eens van start is gegaan. Dit getal loopt door tot 1 september en zal dus alleen maar verder stijgen. Zeker aangezien de echte warme maanden nog moeten komen. Al met al kun je zeggen dat er gerede kans is dat ook dit halfjaar op koers ligt om uiteindelijk op een toppositie uit te komen. Al is de topper momenteel nog mijlenver uit beeld. Dat was 2006. De periode van 1 april tot 1 september 2006 zit wel erg hoog: 201,3. Het absolute dieptepunt was 1962, met een zeer zeer schamele 4,8.

Het IJsselmeer
De huidige warmteproductie heeft uiteraard invloed op de watertemperaturen in onze omgeving. Voor de kust is het water al een paar graden opgewarmd, maar vooral in de ondiepe binnenwateren gaat die opwarming een stuk sneller. Het IJsselmeer is op de meeste plekken al 19 of 20 graden. Dat is toch al snel 3 à 4 graden warmer dan normaal in deze tijd van het jaar. Het leidt ertoe dat het IJsselmeer al wat trekken van van de late zomer krijgt. In die maanden is het een bekend fenomeen dat dit grootste Nederlandse binnenmeer een bron kan zijn van neerslag. Immers, het relatief warme water kan extra vocht in de lucht brengen waardoor er ofwel buitjes/buien ofwel motregen tot ontwikkeling komt. Die buien zijn bovenal een fenomeen van de herfstmaanden, als een koude noordwestenwind over het meer strijkt en in het verlengde van die tocht buien veroorzaakt, met name boven Gelderland.

Vandaag zijn het juist gebiedjes met motregen die door het warme IJsselmeerwater worden veroorzaakt. De extra verdamping wordt in de toch al vochtige (bewolkte) lucht meegenomen en leidt tot wat gemiezer of soms zelfs lichte regen. Op de radarbeelden zijn de neerslagecho’s overigens lang niet allemaal te zien. De regen valt namelijk uit lage bewolking en bestaat uit vrij kleine druppels; twee elementen waar de radar niet altijd even goed mee uit de voeten kan. Ook elders valt vanochtend een enkel buitje door de lichte onstabiele atmosfeer. Die onstabiliteit zal vanmiddag verdwijnen. Daarmee stoppen de lokale buitjes. Echter, de ervaring leert dat IJsselmeergepruttel nog vrij lang stand kan houden. Mogelijk dat het in de strook vanaf het IJsselmeer pas laat in de middag echt droog wordt.

Bron: MeteoGroup, KNMI

Datum: woensdag 13 juni 2018, 12:59
Bron: Meteo Consult
Categorie: Weer en Verkeer
Tags: De Bilt, Gelderland, Utrecht

Gerelateerde berichten:

Reacties:

Er zijn nog geen reacties op dit bericht.


Website by Web Chemistry