Lagere medicijnprijzen hoeven innovatie niet in de weg te staan

08/05
DEN HAAG (EZPress) - Het verlagen van de prijzen voor dure innovatieve geneesmiddelen kan juist bevorderlijk zijn voor de innovatieprikkels. Dit staat in schril contrast met hoe er tot nu toe over hoge medicijnprijzen wordt gediscussieerd.

Vaak als er een nieuw medicijn aanklopt op de poort van het basispakket hebben we dezelfde discussie. De prijzen zijn enorm hoog, er ontstaat ophef, ziekenhuizen en verzekeraars klagen steen en been, patiënten hopen er het beste van, maar uiteindelijk betalen we vrijwel altijd. De discussie rond het middel Spinraza, voor mensen met een zeldzame spierziekte, is exemplarisch.

Het argument dat telkens weer de strijd ‘wint’ is dat deze hoge prijzen nodig zijn om het medicijn te maken: zonder de hoge prijzen geen prikkel om te investeren in de nodige R&D. Hoewel het logisch klinkt, klopt dit argument niet altijd.

Om te beoordelen hoe de maatschappelijke baten zich verhouden tot de kosten hebben we in Nederland een commissie van onafhankelijke experts, de Advies Commissie Pakket (ACP). De ACP adviseert op basis van onder meer de effectiviteit van het medicijn, de kosten, en diverse ethische en maatschappelijke factoren of een toelating in het basispakket verantwoord is of niet.

Niet zelden komt de ACP tot het oordeel dat het weliswaar heel wenselijk is dat een medicijn in het basispakket komt, maar dat de gevraagde prijs van de fabrikant veel te hoog is. Via het Zorginstituut Nederland belandt het advies bij de minister die vervolgens gaat onderhandelen met de fabrikant. Gemiddeld haalt het onderhandelingsteam van de minister wel het nodige van de prijs af (dat kan oplopen tot gemiddeld 30% per jaar), maar het is uitgesloten dat de betaalde prijs zich in alle gevallen verhoudt tot de baten. Zo vraagt de fabrikant van Spinraza zo’n tien keer de prijs die de ACP acceptabel acht.

De onderhandelingen zijn geheim waardoor we niet met zekerheid kunnen zeggen hoeveel de minister teveel betaalt voor welk medicijn. Maar dat er in een aantal gevallen meer betaald wordt dan de ACP maatschappelijk verantwoord acht, is een mathematische zekerheid.

We hebben op zich begrip voor de lastige positie waarin de minister zich bevindt. De minister heeft last van wat in de literatuur het “identificeerbare slachtoffereffect” heet, waarbij zichtbare patiënten een hoger gewicht krijgen dan anonieme toekomstige patiënten met andere aandoeningen. Het is politiek heel moeilijk patiënten in de kou te laten staan, wanneer we die patiënten kennen, terwijl we niet weten waar de klappen in de toekomst vallen. En omdat je een euro maar één keer kunt uitgeven, is het zeker dat die klappen gaan vallen.

Maar begrip opbrengen betekent nog niet dat hiermee de maatschappij een goede dienst wordt bewezen. Wanneer de minister meer betaalt dan de ACP verantwoord acht, worden de prikkels om te investeren voor de fabrikanten verstoord. De fabrikanten gaan dan anticiperen dat er teveel betaald gaat worden voor die medicijnen waar geen concurrentie voor is. Niet voor niets is er de laatste jaren een enorme hausse ontstaan aan weesgeneesmiddelen, geneesmiddelen voor een zeldzame ziekte. De prijs wordt niet langer bepaald door maatschappelijke rendementen, maar door de mate waarin fabrikanten in staat zijn geheime onderhandelingen met de minister tot een succesvol einde te brengen.

Door deze perverse prikkels investeren fabrikanten teveel in deze medicijnen, ten koste van medicijnen die voor de maatschappij meer opleveren maar voor de fabrikant minder. In dergelijke gevallen leidt het verlagen van de prijzen voor die onnodig dure medicijnen juist tot een verbetering van de innovatieprikkels. Fabrikanten krijgen dan nog steeds een prima prijs voor hun medicijnen, maar meer naarmate waarin ze maatschappelijk renderen.

Het innovatieargument klopt als de maatschappelijke baten in verhouding zijn met de gemaakte kosten. Maar zodra dit niet langer het geval is, betalen we als maatschappij in alle opzichten teveel. Teveel ten opzichte van andere patiënten en teveel om de maatschappelijk gewenste innovatie te stimuleren.

Marcel Canoy en Jan Tichem werken bij de Autoriteit Consument en Markt. Canoy is tevens lid van de ACP.

//Einde bericht

Bron: ACM

Dit is een origineel persbericht. EZPress® News Distribution BV. www.ezpress.eu

Datum: dinsdag 8 mei 2018, 10:39
Bron: EZPress Gezondheid
Categorie: Wetenschap

Gerelateerde berichten:

Reacties:

Er zijn nog geen reacties op dit bericht.


Website by Web Chemistry