Zeeijs Noordpoolgebied houdt zich redelijk staande

09/08
Toen de winter van 2017 voorbij was, zag het er voor wat het zeeijs betreft in het Noordpoolgebied ronduit dramatisch uit. Nog nooit eerder in de periode van moderne waarnemingen begonnen we het smeltseizoen in het gebied van de Arctische Oceaan met zo weinig ijs als dit jaar. Alle ingrediënten leken aanwezig voor een verbreking van het absolute laagterecord, stammend uit 2012.

Inmiddels hebben we een flink deel van de zomer achter de rug en valt het mee. Met nog ruim een maand smeltseizoen te gaan, is er weliswaar duidelijk minder zeeijs dan normaal, maar lijken de echte laagterecords voorlopig nog buiten bereik te blijven. In de julimaand strekte het zeeijs zich namelijk uit over een gebied met een oppervlakte van gemiddeld 8.2 miljoen vierkante kilometer, 1.58 miljoen vierkante kilometer minder dan normaal (periode 1981-2010) en goed voor een vijfde plaats op de lijst van jaren waarin de ijsbedekking het laagste was. We zitten dichtbij het niveau van vorig jaar.

Verrassing
Omdat de uitgangspositie zo slecht was, is dit toch een klein beetje een verrassing. Aan de andere kant is de afgelopen jaren al veel vaker gebleken dat er niet meteen een duidelijke relatie is tussen hoe het ijs de winter doorkomt en hoeveel ervan in de erop volgende zomer uiteindelijk smelt.

De hoeveelheid zeeijs in het Poolgebied is de uitkomst van een ingewikkelde samenhang tussen temperaturen (van de lucht en van het water), de wind, waterstromingen en de manier waarop het zeeijs zich door het gebied beweegt. In het algemeen kun je stellen dat in een zomer, waarin hogedrukgebieden (met dan vrij veel zon) het weer in het Noordpoolgebied bepalen, het ijs makkelijker smelt dan in een zomer waarin het de lagedrukgebieden zijn die de scepter zwaaien.

Sterke straalstroom
Ook de kracht van de straalstroom rond het Poolgebied heeft invloed. Hoe sterker die is (en we beleven een zomer waarin de straalstroom relatief sterk is – we hebben er in Nederland ook last van), hoe makkelijker de koude lucht in het Poolgebied gevangen blijft. Perioden met een sterke straalstroom gaan meestal gepaard met lagedrukgebieden boven de Noordpool en zo is het de afgelopen twee maanden ook vrijwel steeds geweest. De wind waait om dergelijke lagedrukgebieden linksom (tegen de wijzers van de klok in) en een beetje naar binnen. Op die manier zorgt de wind ervoor dat het pakijs mooi bijeen gedreven blijft. Het is dan minder gevoelig voor smelt in de zomermaanden.

Is de straalstroom zwakker, dan treffen we boven het Poolgebied vaker hogedrukgebieden aan. Om zo’n hogedrukgebied draait de wind rechtsom (met de wijzers van de klok mee) en een beetje naar buiten toe. Het pakijs heeft dan de neiging verder uit elkaar te drijven en wordt zo gevoeliger voor smelt in de zomer. Deze situatie is de afgelopen twee maanden nog vrijwel niet voorgekomen.

Warmte aan de randen
Dankzij het lagedrukgebied zijn temperaturen op het ijs op veel plaatsen de afgelopen weken normaal tot zelfs iets onder normaal geweest. Juist aan de randen van het Poolgebied, daar waar hogedrukgebieden wel dichterbij liggen, is het de afgelopen weken vaak warmer dan normaal geweest. Daar zien we nu dan ook de grootste tekorten aan zeeijs optreden. Volgens de verwachtingen van dit moment, blijft een nieuw laagterecord dit jaar buiten beeld. Het ziet ernaar uit dat we in september op een laagste stand zullen uitkomen, vergelijkbaar met vorig jaar. Het record uit 2012 blijft staan.

Wisselvalligheid hier is er een gevolg van
Zoals al aangegeven, hebben we deze zomer ook in Nederland last van het feit dat de straalstroom rond het Poolgebied én relatief sterk is, maar ook wat zuidelijker ligt dan in andere zomers. Storingen kunnen hierdoor onze omgeving vrij gemakkelijk bereiken en eigenlijk is dat al sinds het einde van de junimaand zo. Het wisselvallige weerbeeld met gematigde temperaturen van dit moment is er het gevolg van. Liggen wij geregeld aan de koele kant van de straalstroom, aan de warme kant (in het oosten en zuiden van Europa) zorgt deze rivier van wind er juist voor dat de warme lucht daar in een hoger tempo en in extra grote hoeveelheden wordt aangevoerd. Vandaar de hitte in veel vakantiegebieden.

Tot en met het weekend verandert nog maar weinig in het weerbeeld zoals we dat nu in Nederland hebben. Wolken en de zon wisselen elkaar af en vooral morgen kunnen, en dan voornamelijk in het midden en zuiden van het land, weer een paar buien vallen. Met ongeveer 20 graden in de middag zijn de temperaturen wat lager dan normaal in deze tijd van het jaar. Het weekend lijkt twee gezichten te krijgen met de passage van een wolkenzone met af en toe regen op zaterdag en een vrijwel droog weertype met af en toe zon op zondag. In de temperaturen verandert nog steeds weinig.

Volgende week tijdelijk warmer?
Begin volgende week is er uitzicht op 1 of 2 dagen met warmer weer, als een hogedrukgebied over ons land naar het noordoosten trekt. Vooral dinsdag zouden we dan eindelijk weer eens in een groter deel van het land zomerse temperaturen kunnen begroeten. Op de nog wat langere termijn (later volgende week) lijkt een terugkeer van het wisselvallige en relatief koelere weer echter vrijwel onvermijdelijk.

Bronnen: MeteoGroup, NSIDC, NPEO, PIOMAS.

Datum: woensdag 9 augustus 2017, 09:06
Bron: Meteo Consult
Categorie: Weer en Verkeer

Gerelateerde berichten:

Reacties:

Er zijn nog geen reacties op dit bericht.


Website by Web Chemistry